“De Onttroning van de Dollar”
14 april 2026
In een analyse van Al Jazeera lazen wij kort geleden over gesprekken tussen Iran en China over het afrekenen van olie in yuan, in plaats van de dollar – en in sommige gevallen zelfs in crypto. Een ontwikkeling die de zogenoemde dollardoemdenkers graag aangrijpen om er op te wijzen dat de onttroning van de dollar nu écht serieuze vormen aanneemt.
De analyse is zwak en de redenering oud. Elke keer dat er frictie ontstaat rond het dollarsysteem – sancties, oorlogen, monetaire verruiming – duikt dezelfde voorspelling op: de dominante wereldmunt staat op het punt van omvallen. Dat gebeurde na de financiële crisis, tijdens periodes van agressief monetair beleid, en nu opnieuw in een geopolitieke context waarin landen expliciet zoeken naar alternatieven.
Er zit een kern van waarheid in die gedachte, maar die ligt niet waar men hem meestal zoekt.
Het echte risico ligt bij de VS zelf
De geschiedenis laat zien dat reservemunten zelden worden “weggeconcurreerd”. Ze verliezen hun status meestal doordat het land erachter zichzelf ondermijnt.
Het bekendste voorbeeld is het Britse pond. Aan het begin van de 20e eeuw was Londen het financiële centrum van de wereld. Het pond was de ankervaluta van handel en reserves. Wat volgde was een geleidelijke erosie, geen plotselinge val:
- Twee wereldoorlogen die de balans verzwakten
- Structurele schuldenopbouw
- Een verschuivend zwaartepunt van economische macht richting de VS
- Toenemend wantrouwen in de houdbaarheid van het systeem
Er was geen moment waarop iemand “de stekker eruit trok”. Het systeem werd simpelweg minder overtuigend.
De VS laten, met alle gekkigheid vanuit Washington, zien er serieus werk van te maken de dollar te verlossen van zijn status als ankervaluta.
Een ongemakkelijke paradox
In een eerder stuk verwezen wij al naar het zogeheten Mar-a-Lago-akkoord, waarmee wordt beoogd de sterke dollar – en breder de rol als reservemunt – te verzwakken.
De redenering: de wereldwijde vraag naar dollars houdt de munt structureel sterk, wat de Amerikaanse industrie onder druk zet en bijdraagt aan hardnekkige handelsonevenwichtigheden.
Daaruit volgt een gedachte die haaks lijkt te staan op het klassieke narratief:
Als je een zwakkere dollar wilt, moet je uiteindelijk ook de uitzonderingspositie van de dollar ter discussie stellen. Met andere woorden: een deel van de druk op de dollar komt niet van buiten, maar wordt – impliciet – ook van binnenuit gelegitimeerd.
Waarom China-Iran geen kantelpunt is
Terug naar Iran en China. Dat olie in yuan wordt afgerekend, of dat landen proberen de dollar te omzeilen, zegt vooral iets over onvrede met het systeem – niet over de beschikbaarheid van een alternatief.
Een reservemunt is meer dan een munt, het is een infrastructuur.
De dollar is dominant omdat hij diep verankerd zit in:
- de grootste en meest liquide obligatiemarkt ter wereld
- een juridisch systeem dat eigendomsrechten beschermt
- een systeem waarin kapitaal vrij kan bewegen
- en vooral: netwerkeffecten (iedereen gebruikt de dollar, dus blijft iedereen hem gebruiken)
Geen eigenschappen die je makkelijk kopieert.
De Chinese yuan mist bijvoorbeeld nog steeds een cruciaal element: volledige kapitaalvrijheid. Zolang kapitaalstromen gecontroleerd worden en de staat een doorslaggevende rol speelt, zal internationale allocatie beperkt blijven.
De euro? Die heeft wel schaal en geloofwaardigheid, maar mist politieke en fiscale integratie.
En crypto is – hoewel technologisch misschien interessant – simpelweg geen stabiele rekeneenheid voor mondiale handel:

Bron: Koyfin, BTC vs EUR en Yuan
Hoe zo’n verschuiving dan wél zou verlopen
Als de dollar ooit terrein verliest, zal dat niet gebeuren via een plotselinge “onttroning”, maar via een langzaam proces van relatieve achteruitgang.
Dat ziet er ongeveer zo uit:
- Erosie van vertrouwen in de VS: Korte termijn retoriek of politieke chaos zoals we nu zien helpen niet, maar echt verlies van vertrouwen is het gevolg van meer structurele factoren: oplopende schulden zonder geloofwaardig pad naar stabilisatie, aantasting van instituties, of beleid dat internationale investeerders actief afschrikt.
- Geleidelijke diversificatie van reserves: Centrale banken verschuiven stap voor stap een deel van hun reserves naar andere valuta’s of activa (euro, goud, in beperkte mate yuan) ter verbetering van hun risicospreiding.
- Fragmentatie van handelsstromen: In specifieke regio’s of politieke blokken ontstaat meer handel buiten de dollar om. Denk aan bilaterale afspraken, regionale valuta-afspraken of commodity pricing in andere munten.
- Opbouw van alternatieve infrastructuur: Betalingssystemen, clearingmechanismen en kapitaalmarkten buiten het dollarsysteem groeien langzaam in omvang en betrouwbaarheid. Denk aan het laten vervangen van afgeloste Amerikaanse obligatieleningen met bijvoorbeeld Europese obligatieleningen.
Pas als deze processen samenkomen – en dat kost tijd, vaak decennia – verschuift het zwaartepunt echt.
Wat vaak wordt overschat
Een belangrijke nuance: de economische impact van dollar-dominantie wordt regelmatig overdreven.
Ja, de VS profiteert van lagere financieringskosten en een zekere mate van “exorbitant privilege”. Maar de kern van economische kracht ligt nog altijd bij:
- productiviteit
- innovatie
- ondernemerschap
- en winstgevendheid van bedrijven
Een gedeeltelijke afname van de dollarrol zou niet zozeer een existentiële schok zijn, maar eerder een geleidelijke, zij het wezenlijke, aanpassing.
Conclusie
De gesprekken tussen Iran en China passen in een bredere trend: landen zoeken manieren om minder afhankelijk te zijn van het dollarsysteem. Dat is reëel en zal op termijn effect hebben.
Maar het idee dat dit het begin is van een snelle onttroning van de dollar, is analytisch zwak.
De dollar verdwijnt niet omdat anderen hem uitdagen. Hij verliest terrein als de VS zelf minder overtuigend wordt.
En zelfs dan gebeurt het niet met een klap, maar met een lange, trage verschuiving – zoals dat eerder met het Britse pond gebeurde.