Update hero

De Paradox van de Index

18 mei 2026

Achter de recordstanden op de beurs gaat een markt schuil die steeds afhankelijker wordt van een klein aantal ondernemingen.

Aan de ene kant staan bedrijven die direct profiteren van de wereldwijde AI-investeringsgolf. Aan de andere kant bevindt zich een veel grotere groep ondernemingen die juist steeds gevoeliger wordt voor hogere rentes, duurdere energie en een afkoelende consument.

Een groot deel van de recente stijging van wereldwijde beurzen komt dan ook van een relatief kleine groep ondernemingen: hyperscalers, chipbedrijven, datacenters en leveranciers van AI-infrastructuur.

De concentratie binnen de grote indices is inmiddels zo groot geworden dat de indexstand steeds minder zegt over economische groei, de staat van de gemiddelde onderneming of het rendement van de gemiddelde belegger. Veel traditioneel gespreide portefeuilles blijven daardoor inmiddels achter bij de index, ondanks - of juist door - brede regionale en sectorale spreiding.

Cyclische sectoren — industrie, consumentengoederen, woningbouw, transport — reageren op hogere financieringskosten en economische onzekerheid. Hogere olieprijzen werken daarbij als extra belasting op de reële economie. Niet alleen consumenten voelen dat, maar ook bedrijven met lagere marges of grotere afhankelijkheid van economische groei.

AI-gerelateerde bedrijven: een defensieve belegging?

Opvallend is de manier waarop beleggers inmiddels naar AI-gerelateerde bedrijven kijken. Een paar jaar geleden werden technologieaandelen vooral gezien als agressieve groeibeleggingen: hoge waarderingen, sterke koersschommelingen en gevoelig voor rentebewegingen.

Nu lijkt het tegenovergestelde te gebeuren. Beleggers behandelen veel AI-bedrijven steeds vaker alsof het defensieve groeibedrijven zijn. Niet omdat ze goedkoop zijn — dat zijn ze meestal niet — maar omdat hun omzetgroei voorlopig minder afhankelijk lijkt van de economische cyclus.

De allergrootste technologiebedrijven samen spenderen dit jaar naar verwachting $755 miljard aan chips, datacenters en AI-infrastructuur. Dat is+38% jaar-op-jaar groei. De forse koersstijgingen van de aandelen van deze hyperscalers hebben daardoor niet geleid tot explosief opgelopen waarderingen.

Bedrijven en overheden lijken vooralsnog bereid ook in een economisch minder gunstig klimaat enorme bedragen te blijven investeren in AI-infrastructuur. Of de economie nu iets harder of zachter groeit, de investeringsmachine draait voorlopig door.

Wat verwachtte Wall Street begin 2026 ook weer?

Begin 2026 verwachtte Wall Street juist een “verbreding” van de markt: meer cyclische aandelen, industrie, consumentensectoren en woningbouw zouden profiteren van renteverlagingen, lagere inflatie, sterke economische groei. 

Dat scenario strandde op geopolitieke spanningen, hoge olieprijzen, oplopende inflatie en stijgende obligatierentes. Daardoor zijn beleggers grosso modo gevlucht in AI-aandelen, omdat die worden gezien als bedrijven met relatief “inelastische” vraag: hun groei lijkt minder afhankelijk van de economische cyclus.

De ongemakkelijke waarheid van de index

De opkomst van AI en de toenemende dominantie van een handvol megabedrijven leggen een ongemakkelijke waarheid van veel moderne beursindices bloot. Alle bekende indices zijn marktkapitalisatie-gewogen: hoe groter een bedrijf wordt, hoe zwaarder het automatisch in de index terechtkomt. Dat klinkt logisch, maar betekent in de praktijk dat passieve beleggers steeds meer geconcentreerd beleggen in dezelfde kleine groep aandelen. Op dit ogenblik bestaat de bekendste wereldaandelenindex voor ruim een kwart uit tien aandelen.

“De veronderstelling dat breed indexbeleggen automatisch leidt tot
goede spreiding, is minder vanzelfsprekend geworden.”

Dat betekent echter niet dat beleggers die dominante bedrijven moeten vermijden. Integendeel. In een economie waarin kapitaal, innovatiekracht en winstgroei zich steeds sterker concentreren rond een relatief kleine groep uitzonderlijk sterke ondernemingen, kan een zorgvuldig opgebouwde actieve portefeuille juist rationeler zijn dan een mechanische marktweging. Zeker wanneer die portefeuille niet uitsluitend bestaat uit hyperscalers en AI-bedrijven, maar ook uit ondernemingen buiten de technologiesector met vergelijkbare kenmerken: sterke balansen, hoge marges, mondiale schaal en het vermogen om ook in economisch moeilijkere omstandigheden winstgevend te blijven groeien.

In een markt die steeds smaller wordt, lijkt de kwaliteit van de selectie belangrijker te worden dan de breedte van de spreiding.

De regio- en sectorverdeling van de MSCI World (EUR)

Nieuwsbrief

Nieuwsbrief Form