Politiek doet er wel/niet toe..
14 januari 2026
Met de naderende midterms in november staat de Amerikaanse president politiek onder druk. Historisch gezien reageren presidenten in zo’n fase met twee reflexen: ze zoeken externe successen om leiderschap uit te stralen en het debat te verleggen, en ze proberen snel economisch of politiek resultaat te tonen dat kiezers direct voelen. Dat vergroot de kans op geopolitieke daadkracht én op kortetermijnbeleid dat gericht is op electorale winst.
De geschiedenis leert dat de Republikeinen een grote kans lopen om de controle over het Huis van Afgevaardigden te verliezen – zittende presidenten in hun tweede termijn krijgen vrijwel altijd te maken met een stevige tegenreactie.
Diezelfde geschiedenis biedt ook een beproefd draaiboek voor presidenten die onder druk staan. Ten eerste zoeken zij naar buitenlandse successen om het publiek achter zich te scharen en de aandacht af te leiden van binnenlandse problemen. Ten tweede proberen zij snelle, tastbare overwinningen te boeken die kiezers vóór de verkiezingen het gevoel geven dat hun situatie verbetert.
Waarom de markten kalm blijven
U volgt het nieuws en verwacht eigenlijk een heel andere stemming op de financiële markten. Logisch. In korte tijd zagen we een Amerikaanse militaire operatie in Venezuela, openlijke politieke druk op de Federal Reserve, en een president die zonder omwegen territoriale wensen uitspreekt richting Denemarken en Groenland – en daarmee impliciet richting Europa. Het zijn gebeurtenissen die een decennium geleden als “zwarte zwanen” zouden zijn bestempeld. Toch blijven de markten opvallend rustig.
Dit is geen teken van onverschilligheid, het toont aan hoe beleggers risico’s wegen.
Neem Venezuela. De Amerikaanse interventie en de val van Nicolás Maduro zijn geopolitiek spectaculair. Maar economisch gezien is Venezuela vandaag een voetnoot. In de jaren zeventig was het land goed voor circa 1% van het wereldwijde bbp en produceerde het 8% van alle olie. Nu vertegenwoordigt het nog slechts 0,1% van de wereldeconomie en ongeveer 1% van de olieproductie. Het land was al een economische ruïne; niemand rekende er nog op voor groei of stabiliteit. Zelfs in ongunstige scenario’s blijft de mondiale impact beperkt. De Orinoco blijft stromen, en de oliemarkt is structureel ruim voorzien.
Markten reageren niet op drama, maar op verwachte impact. Zolang gebeurtenissen geen wezenlijke invloed hebben op mondiale groei, inflatie of winstgevendheid, blijven koersen relatief onaangedaan. Wat ooit een schok zou zijn geweest, is nu “shock but not surprise”.
Dat patroon zien we breder. De wereldorde is aan het verschuiven van een regelsysteem onder Amerikaanse leiding naar een realiteit waarin grootmachten hun eigen invloedssferen afbakenen. De VS, China en Rusland lijken zich daarbij impliciet neer te leggen bij elkaars domeinen. Voor beleggers is dat geen prettige gedachte, maar wel een voorspelbare. Onzekerheid wordt verteerbaar zodra zij een patroon krijgt.

Zelfs de dreigende taal rond Groenland past daarin. De kans dat Washington werkelijk overgaat tot een brute machtsgreep is gering. Het gaat waarschijnlijk om strategische toegang en vetorechten, niet om eigendom. Voor de markten telt dat Europa tijd krijgt om te reageren – en dat er geen acute economische ontwrichting dreigt.
In een wereld waarin alles tegelijk kan gebeuren, zoeken beleggers naar fundamenten: winstgroei, balanskwaliteit, prijs. Dat remt paniek.
Een andere factor is dat er naast het geopolitieke rumoer ook structureel positief nieuws is. Japan is daarvan nu het meest opvallende voorbeeld. Met Sanae Takaichi heeft het land voor het eerst een premier die expliciet breekt met decennia van economische lethargie. Haar beleid is gericht op groei, hervorming en herpositionering van Japan in de wereld. De markten nemen dat serieus: de rente op Japanse staatsobligaties is gestegen naar niveaus die sinds de jaren negentig niet meer zijn gezien, en aandelen presteren relatief uitzonderlijk goed ten opzichte van obligaties.
Japan wordt opnieuw gezien als economie met potentieel, niet als museumstuk van deflatie. Tegelijkertijd is de yen extreem zwak gebleven, zelfs tegenover de Chinese yuan. Dat voedt export, trekt kapitaal aan en herschikt economische verhoudingen in Azië. Het is precies het soort structurele verschuiving dat beleggers nodig hebben om voorbij het dagelijkse nieuws te kijken.
Natuurlijk schuilen hier risico’s in. De yen kan worden ondersteund, carry trades kunnen abrupt omkeren, en een mislukte vervroegde verkiezing zou het sentiment kunnen breken. Maar de kern blijft: er beweegt iets echts. En markten reageren altijd sterker op richting dan op lawaai.
De kalmte van de markten is dus geen naïviteit. Zij weerspiegelt een wereld waarin beleggers onderscheid maken tussen spektakel en systeem, tussen krantenkoppen en kasstromen. Geopolitiek is terug van nooit weggeweest, maar zolang zij geen structurele schade toebrengt aan groei en winstgevendheid, blijft zij ruis – luid, soms verontrustend, maar niet per definitie richtinggevend.
Dat is geen geruststellende gedachte in morele zin. Wel in economische. Markten zijn niet blind. Ze zijn selectief.
Selectief doof, zo u wilt
En in een tijdperk waarin het nieuws steeds extremer klinkt, is dat misschien wel een steeds belangrijkere toegevoegde waarde van de markten: realiteitszin en kritisch beoordelingsvermogen.