Wat kost vermogensbeheer? Zo vergelijkt u de werkelijke kosten
Wie vermogen laat beheren, betaalt daarvoor een vergoeding. Dat is logisch: een vermogensbeheerder stelt een portefeuille samen, bewaakt de risico’s, voert transacties uit en rapporteert over het resultaat. Toch is het vergelijken van de kosten van vermogensbeheer minder eenvoudig dan het op het eerste gezicht lijkt.
De ene vermogensbeheerder rekent een vaste beheervergoeding, de andere werkt met beleggingsfondsen waarin aanvullende kosten zijn verwerkt. Daarnaast kunnen transactiekosten, bankkosten, bewaarloon en btw een rol spelen. Het tarief dat bovenaan de offerte staat, vertelt daarom niet altijd het hele verhaal.
In dit artikel leggen we uit welke kosten u kunt tegenkomen, hoe u verschillende aanbieders eerlijk vergelijkt en waarom de goedkoopste oplossing niet automatisch de voordeligste is.
Welke kosten rekent een vermogensbeheerder?
De totale kosten van vermogensbeheer bestaan meestal uit meerdere onderdelen.
1. Beheervergoeding
De beheervergoeding is het bedrag dat u aan de vermogensbeheerder betaalt voor het beheer van uw portefeuille. Deze vergoeding wordt doorgaans berekend als een percentage van het belegde vermogen.
Bijvoorbeeld:
- bij een beheervergoeding van 1% betaalt u over €1 miljoen jaarlijks €10.000;
- bij een vermogen van €1 miljoen tot €2,5 miljoen bedraagt de beheervergoeding jaarlijks 0,75%;
- bij grotere vermogens wordt vaak een staffel toegepast, waarbij het percentage over het meerdere afneemt.
Sommige beheerders rekenen naast het percentage een vast minimumbedrag. Dat kan vooral bij kleinere portefeuilles een relatief groot effect hebben.
Over de vergoeding voor individueel vermogensbeheer wordt in veel gevallen btw berekend. Controleer daarom altijd of het gepresenteerde tarief inclusief of exclusief btw is.
2. Kosten van beleggingsfondsen en ETF’s
Veel vermogensbeheerders beleggen niet rechtstreeks in aandelen en obligaties, maar maken gebruik van beleggingsfondsen of ETF’s. Deze producten hebben eigen interne kosten.
Die fondskosten worden niet altijd apart van uw rekening afgeschreven. Ze worden verwerkt in de koers van het fonds en zijn daardoor minder zichtbaar. U betaalt ze echter wel degelijk: ze verlagen het rendement van de belegging.
Bij een portefeuille die grotendeels uit fondsen bestaat, kan dus sprake zijn van twee kostenniveaus:
- de vergoeding aan de vermogensbeheerder;
- de kosten binnen de onderliggende beleggingsproducten.
Dit wordt ook wel een dubbele kostenlaag genoemd. Een ETF is doorgaans goedkoper dan een actief beleggingsfonds, maar ook ETF-kosten moeten worden meegenomen in de vergelijking.
Catalpa belegt rechtstreeks in individuele aandelen en obligaties. Daardoor zijn er geen doorlopende kosten van onderliggende beleggingsfondsen.
3. Transactiekosten
Bij iedere aankoop of verkoop van een aandeel of obligatie kunnen transactiekosten ontstaan. Deze kosten worden meestal door de depotbank in rekening gebracht.
De hoogte ervan hangt onder meer af van:
- het aantal transacties;
- de omvang van de orders;
- de beurs waarop wordt gehandeld;
- de tarieven van de bank;
- de omloopsnelheid van de portefeuille.
Een lage beheervergoeding kan minder aantrekkelijk worden wanneer er veel wordt gehandeld. Niet alleen vanwege de transactiekosten, maar ook omdat iedere transactie het risico meebrengt dat op een ongunstig moment wordt gekocht of verkocht.
Een beheerder met een langetermijnstrategie en een lage portefeuilleomloop kan de transactiekosten doorgaans beter beperken.
4. Bank-, service- en bewaarkosten
Naast de vermogensbeheerder kan ook de bank waar de effectenrekening wordt aangehouden kosten rekenen. Denk aan:
- servicekosten;
- bewaarloon;
- administratiekosten;
- kosten voor buitenlandse effecten;
- valutakosten;
- kosten voor dividendverwerking.
Deze tarieven verschillen per depotbank. Vraag daarom niet alleen naar de kosten van de beheerder, maar ook naar de afzonderlijke bankkosten.
5. Prestatievergoeding
Sommige vermogensbeheerders rekenen een prestatievergoeding wanneer het rendement boven een bepaalde grens of benchmark uitkomt.
Een dergelijke vergoeding kan aantrekkelijk klinken omdat de belangen van cliënt en beheerder daarmee gelijkgericht lijken. In de praktijk vraagt een prestatievergoeding echter om extra aandacht.
Belangrijke vragen zijn:
- Vanaf welk rendement wordt de vergoeding berekend?
- Wordt rekening gehouden met eerder geleden verliezen?
- Geldt een zogenoemde high-water mark?
- Is de gebruikte benchmark passend bij het risicoprofiel?
- Wordt de vergoeding ook berekend over rendement dat vooral door de markt is veroorzaakt?
Een prestatievergoeding kan de totale kosten in een goed beursjaar aanzienlijk verhogen.
Wat zijn de gemiddelde kosten van vermogensbeheer?
Het is verleidelijk om vermogensbeheerders uitsluitend op één kostenpercentage te vergelijken. Dat geeft echter vaak een onvolledig beeld.
Een beheerder kan bijvoorbeeld een relatief lage beheervergoeding rekenen, maar vooral beleggen in kostbare fondsen. Een andere aanbieder heeft mogelijk een iets hoger zichtbaar tarief, maar belegt rechtstreeks en heeft daardoor geen tweede kostenlaag.
Vergelijk daarom bij voorkeur de totale jaarlijkse kosten in euro’s én als percentage van het vermogen.
Een goede kostenopgave vermeldt ten minste:
- de beheervergoeding;
- eventuele vaste kosten;
- btw;
- geschatte transactiekosten;
- bank- en bewaarkosten;
- kosten van fondsen en ETF’s;
- eventuele prestatievergoedingen.
Vraag de beheerder om een realistische berekening op basis van uw vermogen en de voorgestelde portefeuille. Niet alleen om een tarievenlijst.
Waarom hebben kosten zoveel invloed op het rendement?
Kosten lijken op jaarbasis soms beperkt, maar worden ieder jaar opnieuw aan het vermogen onttrokken. Daardoor mist u niet alleen het betaalde bedrag, maar ook het rendement dat dit bedrag in latere jaren had kunnen opleveren.
Stel dat een portefeuille vóór kosten gemiddeld 6% per jaar rendeert. Bij totale kosten van 1% blijft ongeveer 5% over. Bij kosten van 1,5% resteert ongeveer 4,5%. Het verschil van een half procentpunt lijkt klein, maar kan over een periode van twintig jaar aanzienlijk oplopen.
Dat betekent niet dat de aanbieder met de laagste kosten per definitie de beste keuze is. Een beheerder moet immers ook waarde toevoegen door:
- een passende beleggingsstrategie;
- risicobeheersing;
- discipline tijdens onrustige markten;
- fiscale en administratieve zorgvuldigheid;
- heldere rapportage;
- persoonlijke begeleiding;
- het voorkomen van kostbare emotionele beslissingen.
De relevante vraag is daarom niet alleen: wat kost vermogensbeheer? De betere vraag luidt: wat krijg ik voor de totale kosten die ik betaal?
Goedkoop vermogensbeheer is niet altijd voordelig
Een goedkope portefeuille die niet aansluit bij uw doelstellingen kan uiteindelijk duur uitpakken. Hetzelfde geldt voor een standaardoplossing die onvoldoende rekening houdt met uw liquiditeitsbehoefte, fiscale positie of risicobereidheid.
Bij grotere vermogens gaat vermogensbeheer bovendien vaak over meer dan alleen de selectie van beleggingen. Denk aan de samenhang tussen privévermogen, vennootschappen, vastgoed, schenkingen en toekomstige uitgaven.
Een goede vermogensbeheerder hoeft niet ieder probleem zelf op te lossen, maar moet wel herkennen wanneer afstemming met een accountant, fiscalist of notaris nodig is.
De kwaliteit van vermogensbeheer laat zich daarom niet volledig vangen in een percentage achter de komma.
Zo vergelijkt u de tarieven van vermogensbeheerders
Let bij het vergelijken van aanbieders op vijf punten.
Kijk naar de totale kosten
Vraag om een optelsom van alle verwachte kosten. Inclusief btw, depotbank, transacties en onderliggende producten.
Vraag waarin wordt belegd
Wordt rechtstreeks belegd in aandelen en obligaties, of via fondsen? Bij fondsen kunnen aanvullende kosten in de koers zijn verwerkt.
Onderzoek hoe vaak wordt gehandeld
Een hoge omloopsnelheid kan leiden tot meer transactiekosten. Vraag hoe lang beleggingen gemiddeld in portefeuille blijven.
Vergelijk dezelfde risicoprofielen
Een offensieve portefeuille en een defensieve portefeuille zijn niet rechtstreeks vergelijkbaar. Rendementen en kosten moeten altijd in relatie tot het genomen risico worden beoordeeld.
Beoordeel de dienstverlening
Hoe vaak spreekt u uw beheerder? Krijgt u inzicht in de individuele beleggingen? Is de portefeuille begrijpelijk? En kunt u iemand bereiken wanneer markten onrustig zijn?
Transparantie is belangrijker dan één laag tarief
Een vermogensbeheerder moet duidelijk kunnen uitleggen hoe hij wordt betaald en welke andere partijen aan de portefeuille verdienen. Wanneer de kostenstructuur moeilijk te doorgronden is, is dat op zichzelf relevante informatie.
Bij Catalpa Vermogensbeheer kiezen we voor een overzichtelijke aanpak. Wij beleggen rechtstreeks in een compacte portefeuille van aandelen en obligaties. Daardoor weet een cliënt waarin wordt belegd en vermijden we de doorlopende kosten van onderliggende beleggingsfondsen.
De kosten van het beheer, de bank en de transacties worden vooraf afzonderlijk inzichtelijk gemaakt. Zo kan niet alleen het rendement, maar ook de prijs van de dienstverlening eerlijk worden beoordeeld.
Veelgestelde vragen over de kosten van vermogensbeheer
Zijn de kosten van vermogensbeheer aftrekbaar?
Voor particuliere beleggers zijn de kosten van vermogensbeheer doorgaans niet afzonderlijk aftrekbaar in box 3. Bij vermogen binnen een vennootschap kan de fiscale behandeling anders zijn. Laat dit beoordelen door een fiscalist of accountant.
Betaal ik ook kosten wanneer het rendement negatief is?
Bij een vaste beheervergoeding meestal wel. De beheerder verricht het beheer immers ook in een negatief beursjaar. Alleen bij een volledig resultaatgerelateerde vergoeding kan dit anders liggen.
Zijn fondskosten zichtbaar op mijn bankrekening?
Meestal niet. De kosten van een fonds of ETF worden doorgaans in de waardeontwikkeling van het product verwerkt. Ze zijn terug te vinden in de productdocumentatie en in de jaarlijkse verplichte informatie over kostentransparantie.
Wat is een all-in tarief?
Een all-in tarief suggereert dat verschillende kosten in één percentage zijn opgenomen. Controleer welke kosten werkelijk zijn inbegrepen. Fondskosten, valutamarges en bepaalde bankkosten kunnen alsnog buiten het all-in tarief vallen.
Is vermogensbeheer duurder dan zelf beleggen?
Vermogensbeheer brengt vanzelfsprekend meer kosten met zich mee dan zelfstandig beleggen via een goedkoop handelsplatform. Daartegenover staan professionele portefeuillesamenstelling, risicobewaking, administratie, rapportage en begeleiding. Of die toegevoegde waarde opweegt tegen de kosten, verschilt per belegger.
Conclusie: kijk verder dan de beheervergoeding
De kosten van vermogensbeheer bestaan uit meer dan het tarief van de beheerder. Ook bankkosten, transactiekosten, btw, fondskosten en eventuele prestatievergoedingen beïnvloeden het uiteindelijke rendement.
Een zinvolle vergelijking begint daarom bij volledige transparantie. Vraag hoeveel u naar verwachting in totaal betaalt, welke partijen aan de portefeuille verdienen en welke dienstverlening daar tegenover staat.
Een laag tarief is prettig. Een heldere strategie, beheerste risico’s en een portefeuille die werkelijk bij uw vermogen en doelstellingen past, zijn uiteindelijk belangrijker.